Bij sperma-onderzoek wordt gekeken naar de zaadcellen en het vocht waarin deze cellen zwemmen. Beiden zijn van belang voor de vruchtbaarheid of geven aanwijzingen over de oorzaak van verminderde vruchtbaarheid als het sperma niet goed is.
Voorbereiding
Voor dit onderzoek moet u sperma inleveren. Het sperma vangt u op in een plastic potje. Als u geen plastic potje heeft ontvangen van uw (huis)arts, kunt u dit ophalen bij het laboratorium van het Diagnostisch Centrum Utrecht.
Richtlijnen voor het opvangen en inleveren van sperma
- Voor het goed uitvoeren van het sperma-onderzoek is het nodig dat 3 tot 5 dagen voor het onderzoek geen spermalozing plaatsvindt.
- Indien mogelijk moet u voorafgaand aan de spermalozing urineren.
- Vervolgens wast u de handen en de genitale streek met water, geen zeep gebruiken, afdrogen met een schone handdoek.
- De spermalozing wekt u op door masturbatie, dus niet na geslachtsgemeenschap.
- U mag geen condoom gebruiken (in verband met spermadodende pasta).
- Het sperma vangt u rechtstreeks op in het verstrekte potje. Let erop dat al het sperma in het potje wordt opgevangen. Indien toch sperma verloren gaat, kan het onderzoek niet doorgaan en hoeft u het sperma niet naar het laboratorium te brengen.
- Nadat u het sperma in het potje heeft opgevangen, sluit u het potje goed af.
- U vermeldt op het potje uw naam en geboortedatum en datum en tijd waarop het sperma is opgevangen.
- Vervolgens brengt u het potje met het sperma, samen met het aanvraagformulier, zo spoedig mogelijk (binnen 1 uur) naar het laboratorium van het Diagnostisch Centrum Utrecht.
- Houd het potje tijdens transport naar het laboratorium zo dicht mogelijk op het lichaam om afkoeling te voorkomen.
Uitslag onderzoek
De uitslag van het onderzoek is binnen enkele dagen bekend en wordt naar uw (huis)arts gezonden.